Selecteer een pagina

Het sneeuwde al dagen.
Van die sneeuw waar het hele land een beetje van gaat zuchten.
Treinen uitvallen. Wegen dicht. Post die ergens blijft hangen.

Ik had die ochtend een slinger op de post gedaan.
Handgemaakt. Gepersonaliseerd. Met zorg ingepakt.
Ruim op tijd, dacht ik nog.

En tegelijk wist ik ook:
dit kan twee kanten op.

Vrijdagochtend kwam de mail.
Of eigenlijk: de teleurstelling.

De slinger was er nog niet.
De verjaardag wel.

Ik las het bericht terwijl ik bij de kapper zat.
Met mijn haar in folie, koffie in een te klein kopje,
en mensen om me heen die me al jaren kennen.

Dat hielp.

Want ergens, tussen het föhnen en het knippen door,
dacht ik ineens:

Wat had je nu eigenlijk van mij verwacht?

Dat ik de sneeuw zou wegschuiven?
Dat ik PostNL zou bellen en zeggen dat dit écht een belangrijke verjaardag was?
Dat ik de tijd even terug zou draaien?

Ik had gedaan wat ik kon doen.
Op tijd gemaakt. Op tijd verstuurd. Helder gecommuniceerd.

De rest… was gewoon het leven.

En toch was ik ineens de plek geworden
waar de teleurstelling werd neergelegd.

Omdat ik bereikbaar was.
Omdat ik een naam had.
Omdat ik een inbox had.

Op de fiets naar huis bleef die gedachte bij me hangen.
Niet boos. Meer nieuwsgierig.

Hoe snel we soms iemand aanwijzen
als iets niet loopt zoals we hadden gehoopt.

Niet omdat die persoon iets fout deed,
maar omdat het fijner voelt
dan accepteren dat sommige dingen gewoon… gebeuren.

Misschien is dat wel het hele verhaal.
Niet over slingers.
Niet over post.

Maar over dat kleine moment waarop je jezelf kunt afvragen:

Wacht even.
Wie geef ik hier eigenlijk de schuld van iets?

En of dat wel klopt.